Buscar este blog

sábado, 4 de julio de 2009

mijnheer Jansen

MIJNHEER JANSEN





`Tja, we zoeken naar projecten. Dat is moeilijker dan U denkt. Ze moeten passen binnen ons beleid. Onze organisatie is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid wat betreft het geld wat we van de Nederlandse donateurs ontvangen.’
Met de komst van mijn moeder kwamen ook haar relaties op bezoek.
Mijnheer Jansen ligt onderuit in onze enige gemakkelijke stoel. Hij reist de hele wereld rond, slaapt hier in het Hilton hotel en zoekt naar deugdelijke projecten waaraan hij het geld van de Nederlandse donateurs kan geven. Een slanke knappe man met golvend blond haar, grijzend aan de slapen in een licht groene broek met vlijmscherpe vouw. Een mooie kasjmier trui in de correcte kleurschaal.

In mijn verbeelding staat Oswaldo in de kamer, het kleine jongetje die een paar maanden bij ons heeft gelogeerd en voor wiens familie we geen steun konden vinden. Maar Oswaldo leeft niet meer, geplet als een ongewenste muskiet tussen twee auto's.
` U begrijpt, De Nederlander is heel genereus en we hebben geld dat we moeten gebruiken voor projecten. Maar het is verduiveld moeilijk om projecten te vinden.`
Hij zakt iets verder onderuit en nipt aan zijn sherry.
Plotseling duikt Oswaldo op in mijn hoofd, een klein ondervoed ziek jongetje dat mijn vrouw in de sloppenwijk op de helling boven ons appartement had gevonden. Grijsblauw mat haar en een dik buikje boven spillebeentjes. Met zijn vier jaar kon hij nog niet lopen. Zijn moeder woont in een hutje van opengesneden olievaten en karton in de sloppenwijk tussen naar verschaalde kattenpis ruikende eucalyptusbomen, gesausd in poepgeur en rottend eten. Op de bergrug bezaaid met kapot plastic speelgoed in alle kleuren, pannen met gaten, ondefinieerbare voorwerpen met hier en daar, gevangen binnen hekwerken van eucalyptusbalken, dikke, stinkende knorrende varkens. Soms was er een man en dan weer niet. Niet altijd dezelfde.
Voor Oswaldo en zijn familie ben ik de organisaties langs gegaan. Alle nationale en internationale organisaties die zich bezig houden met hulpbehoevende mensen. Maar het hutje, te dicht bij de grote stad of net te ver daar vandaan, viel overal buiten het beleid van de hulpinstanties. Alleen de paters schonken twee blikken melkpoeder en een zak bruine bonen. Een eenmalige gift.
Oswaldo heeft twee maanden bij ons gelogeerd tot zijn haar weer glansde en hij door de kamer naar me toe kon lopen om zich tegen me aan te vleien. Tot zijn moeder op bezoek kwam in een schone, vale bloemetjesjurk die om haar magere lichaam slobberde. Ze dronk keurig met ons aan tafel thee en schilderde haar leven met een monotone stem waarin een lange lijdende toon zweefde die zich bij teveel onrecht naar boven drong. Ze vertelde over onrust in het binnenland, zwervend van man naar man, van plaats naar plaats, over kinderen die komen en sterven. Ze kan niet lezen of schrijven, woont in haar eigen wereld waar het van geen belang is of de aarde plat of rond is. Waar sterren lichte puntjes zijn in zwarte nachten waarin verkracht en geslagen wordt. Waar ze niet de bus kan nemen omdat ze niet kan lezen waar hij heen gaat en ze te moe is om het steeds weer te vragen. Waar ze afhankelijk is van wat mensen haar vertellen en waarvan haar ervaring leert dat anderen liegen. Omdat zíj niet kan bevatten dat die anderen het ook niet weten. Omdat hun leven bestaat uit momentopnamen waaraan ze, zonder enige referentie uit onderwijs, boeken en kranten, de blauwe plekken van hun ziel aan toevoegen. De enigen die in hun wereld het wél zouden moeten weten zijn de priesters en de politici, die door hun levenswandel het tegendeel bewijzen en zo is zij, met al die anderen, achterdochtig, wantrouwend en argwanend en zal ze, om zichzelf te beschermen, zelden de waarheid spreken. Toch is ze zeker van zichzelf, omdat ze haar eigen ervaringen kent maar intens onzeker rondloopt in de wereld van de ander.
Een paar dagen later komt ze Oswaldo ophalen. De manier waarop ze binnenkomt is anders. Gesloten en bruusk. In haar excuses hoor ik de opruiende praatjes van haar buren: misbruiken van het kind, uitbuiting, zwarte magie; het verzet van de armen tegen de onbekende wereld van de rijken.
Als we haar maanden later op een zondagwandeling tussen de eucalyptusbomen tegenkomen vragen we naar Oswaldo. De jongen is bijna uit haar gedachten verdwenen, opgenomen in het leger van zwerfkinderen. Nog veel later horen we over zijn eind. Hij hing achter op een auto. Die remde en de achterliggende wagen klapte er tegenop. Oswaldo werd als een lastige, ongewenste muskiet doodgeplet.
We hebben niet om hem getreurd en ik weet niet waarom. Hij kwam, leefde even, ging weg. We hebben er wel bij stilgestaan, Odile en ik, discussiërend over begrippen zoals helpen, mededogen, Christendom en sentiment. Maar we hebben er niet eens ruzie over gemaakt.

No hay comentarios:

Publicar un comentario